Pioniertraject Behoorlijke & Effectieve Invordering gestart

Pioniertraject Behoorlijke & Effectieve Invordering gestart
Om het behoorlijk en effectief invorderen van bestuursrechtelijke geldschulden te bevorderen hebben het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en het ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ), samen met een grote groep mensen uit de (schulden)praktijk, een handreiking ‘Behoorlijke en effectieve invordering van geldschulden’ opgesteld. Een groep gemeenten gaat de komende maanden met deze handreiking aan de slag in het pioniertraject ‘Behoorlijke en Effectieve Invordering’.

Aanleiding
De geldschuldentitel van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat regels over de betaling en invordering van geldschulden van burgers aan de overheid. Uit de evaluatie van de geldschuldentitel blijkt dat er geregeld problemen en onduidelijkheden ontstaan als burgers geld moeten (terug)betalen aan de overheid.[1] Dit leidt er soms toe dat burgers niet of niet op tijd betalen en dat zij vervolgens geconfronteerd worden met extra kosten. Dit gebeurt met name als zij verschillende schulden hebben bij verschillende overheidsonderdelen. In het kader van de kabinetsreactie op de evaluatie van de geldschuldentitel heeft de minister van VenJ toegezegd om samen met de minister voor BZK een handreiking voor overheidsorganisaties te zullen ontwikkelen.[2]

Bredere aandacht voor schuldenproblematiek
Voor het onderwerp ‘schulden’ wordt ook breder aandacht gevraagd. Rapporten van de Nationale Ombudsman[3] en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR)[4] hebben de afgelopen paar jaar de problemen die spelen bij de inning van schulden blootgelegd. Steeds meer mensen hebben problematische schulden en bij de inning van schulden ontstaan voor sommigen grote problemen. De overheid heeft hierbij een bijzondere rol als schuldeiser.

De handreiking ‘Behoorlijk en effectieve invordering van geldschulden’
De handreiking ‘Behoorlijk en effectieve invordering van geldschulden’ bevordert  een goed verloop van de communicatie met de burger en bevordert dat de schuld in een zo vroeg mogelijk stadium, zonder veel bijkomende kosten, wordt terugbetaald. Daarbij is informeel, persoonlijk contact met de burger in de verschillende stadia van het invorderingsproces essentieel. Door informeel, persoonlijk contact ontstaat beter inzicht in de (on)mogelijkheden van de betalingsplichtige, waardoor schulden vaak eenvoudiger kunnen worden geïnd en meer begrip kan ontstaan voor de inning.

Het pionierproject Behoorlijke en Effectieve Invordering
Op 14 juli 2016 is het pioniertraject ‘Behoorlijke en Effectieve Invordering” gestart om de handreiking samen met de deelnemende gemeenten in de praktijk te testen. Tijdens het pioniertraject wordt ingegaan op de volgende vragen:

  • Moeten er voor een behoorlijke en effectieve invordering processen worden aangepast?
  • Hoe staat het met de samenwerking tussen de verschillende afdelingen (Sociale Dienst, Debiteurenbeheer, Gemeentelijke Belastingen en Schuldhulpverlening)?
  • Welk instrument wordt op welk moment ingezet?
  • Hoe communiceer je duidelijk met de burger die schulden heeft, zowel mondeling als op schrift?
  • Welke vaardigheden hebben medewerkers nodig om op een andere manier te gaan werken?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Jorieke van Leeuwen, tel. 06 - 21 16 16 89 of per e-mail Jorieke.Leeuwen@minbzk.nl

Het pioniertraject Behoorlijke en Effectieve Invordering wordt uitgevoerd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Directie Democratie en Burgerschap, Afdeling Democratie/Awb-beleid, Programma Passend Contact met de Overheid
Postbus 20011 | 2500 EA | Den Haag
http://www.prettigcontactmetdeoverheid.nl
http://twitter.com/Prettigcontact

 

[1] W. den Ouden, C.N.J.Kortmann, A.W. Jongbloed, J.E. Van Den Brink en M.K.G Tjepkema (24 december 2013). De bestuursrechtelijke geldschuldenregeling. Titel 4.4 Awb geëvalueerd. Den Haag: WODC.

[2] Kabinetsreactie 4 september 2014, Kamerstukken II 29 279  nr. 205.

[3] In het rapport “In het krijt bij de overheid”(2013) constateert de Nationale Ombudsman dat de overheid de belangrijkste schuldeiser van Nederland is, maar wel met een elementaire zorgplicht voor haar burgers. Het rapport gaat in op verstandig invorderen met oog voor maatschappelijke kosten, en beveelt overheidsorganisaties onder meer aan om persoonlijk contact op te nemen met burgers die een vordering open hebben staan, om op die manier actief op zoek dient te gaan naar een oplossing die aansluit bij de financiële (on)mogelijkheden van de burger. In de praktijk is gebleken dat hierdoor meer geld wordt opgehaald en dat de tevredenheid onder burgers toeneemt.

[4] De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) bekijkt de schuldenproblematiek in het rapport “Eigen Schuld?” (2016) vanuit een gedragswetenschappelijk perspectief. De onderzoekers tonen aan dat voor veel mensen de regels te ingewikkeld zijn, en dat ook non-cognitieve factoren als persoonlijkheid, stress en armoede, van invloed zijn op de mate waarin mensen financieel zelfredzaam zijn. De WRR beveelt aan om:

  • keuzes zo in te richten dat mensen relatief makkelijk zullen uitkomen bij de optie die voor hun financiële situatie waarschijnlijk het beste is (default opties)
  • als mensen toch problematische schulden (dreigen te) ontwikkelen, er sneller dan nu het geval is voor te zorgen dat contact wordt gelegd tussen schuldenaar en hulpverlener (verlagen drempel voor schuldhulpverlening en meer werk maken van vroegsignalering)
  • en wanneer mensen hun schulden aan de overheid niet meer afbetalen, de bijzondere bevoegdheden van de overheid dan zoveel mogelijk pas in te zetten nadat is vastgesteld dat de betreffende schuldenaren ook beschikken over voldoende afloscapaciteit.