Informele aanpak maakt internationaal school
Prettig Contact met de Overheid dringt door tot Verenigde Naties

Meer tevreden burgers, een vergroot vertrouwen in de overheid, ambtenaren die hun werk met mee plezier doen, minder procedures, kortere doorlooptijden en een aanzienlijke besparing op de kosten voor de overheid. De meerwaarde van de informele aanpak is ook in het buitenland niet onopgemerkt gebleven. Sinds zijn vijfjarig bestaan sleepte het project Prettig Contact met de Overheid (PCMO) voor zijn innovatieve vorm van publieke dienstverlening prijzen in de wacht van het European Institute of Public Administration (EIPA), de Verenigde Naties (VN) en de International Association for Conflictmanagement. 

Niet verwonderlijk dat andere overheden interesse hebben in deze nieuwe werkwijze. Er is belangstelling vanuit Noorwegen en Zweden, maar ook landen verder van huis – waaronder Georgië, Indonesië en de Verenigde Staten – wilden meer weten over de informele aanpak. Regelmatig heeft projectleider Lynn van der Velden contact met buitenlandse delegaties. 

De eerste internationale spin off is inmiddels dan ook een feit. Claus Hjort Frederiksen, destijds minister van Financiën in Denemarken, zag zich voor de opgave gesteld om meer werk te verrichten met minder ambtenaren en was zo van de informele aanpak gecharmeerd dat hij de hulp van het ministerie van Binnenlandse Zaken inriep om een aantal pilots in Denemarken te laten ontwikkelen. Na een introductie bij enkele gemeenten en ziekenhuizen is er een vergelijkbaar traject opgestart waarbij intensief contact wordt onderhouden met de medewerkers van PCMO.

 

VN-agenda

Jeremy Millard maakte als jurylid van de United Nations Public Service Awards kennis met het Nederlandse PCMO-project. Millard, adviseur van onder meer de Verenigde Naties en de Europese Commissie, volgt de internationale ontwikkelingen op het terrein van sociale innovatie, e-governance en publieke dienstverlening nauwlettend. Op dit moment is hij betrokken bij het opstellen van de VN-agenda voor de publieke sector na 2015, het jaar waarvoor de huidige Millenniumdoelen gesteld zijn. 

Millard doet onder meer onderzoek naar de manier waarop governance integraal kan worden opgenomen binnen de verschillende dimensies en basisbeginselen van de VN. De adviseur maakt hierbij dankbaar gebruik van de input van het Nederlandse project. Daarbij gaat de interesse onder meer uit naar de indicatoren die binnen PCMO zijn vastgesteld op het gebied van procedurele rechtvaardigheid. 

Ook heeft het project zich – mede dankzij de internationale erkenning – in de kijker gespeeld van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Tegen de achtergrond van de economische en financiële crisis in Europa vormt het herstel van vertrouwen in de private en publieke instituties en de legitimiteit van de overheden voor dit samenwerkingsverband van 34 landen topprioriteit.

PCMO heeft een werkwijze ontwikkeld die leidt tot versterkt vertrouwen in de overheid en een bredere acceptatie van overheidsbesluiten. Twee belangrijke pijlers als het gaat om de legitimiteit van het overheidshandelen. De OESO is in het bijzonder geïnteresseerd in de bijdrage die het Nederlandse project kan leveren om in het kader van beleid en regelgeving ten aanzien van overheidsbesluiten de participatie, compliance, aanvaarding, transparantie en verantwoording te verbeteren. Het Nederlandse PCMO is daarom naast een omgevingsrechtproject uit Canada gevraagd om het door de Regulatory Policy Committee van de OESO samengestelde raamwerk voor kwalitatief hoogwaardig beleid en wet- en regelgeving te toetsen en aan te vullen. In maart 2014 worden de eindresultaten van het pilotproject opgeleverd bij de OESO. 

 

(tekst: Rianne Waterval)